in

’Niets bijzonders, gewoon een kliertje’ zei de arts

Artsen hoeven na een mammogram niet alles te melden, onthulde het AD dit weekeinde. Annet Brinkerink (61) vertelde in die krant dat het voor haar nu te laat is, en dat terwijl twee radiologen in 2011 al iets niet vertrouwden.

Ook de moeder (59) van freelance journalist Vivienne ondervond aan den lijve wat het betekent als een arts je niet serieus neemt.

„Tien maanden”. De woorden bleven hangen in de spreekkamer. Terwijl ik vocht tegen het gevoel dat ik zou gaan flauwvallen, knipperde mijn moeder slechts met haar ogen.

Ze schraapte haar keel. Het was het enige waaruit ik eventueel had kunnen afleiden dat ze van haar stuk gebracht was. „Dan wil ik een euthanasieverklaring.”

Knobbeltje
In 2001 voelde mijn moeder een knobbeltje in haar borst. „Niets bijzonders mevrouw” zei haar arts. „Gewoon een kliertje. Nee, echt, verder onderzoek is niet nodig.”

„Het spijt me zo.” Het was diezelfde arts, vier jaar later. Met tranen in zijn ogen. Dat was vlak nadat een scan de ontelbare uitzaaiingen in haar ruggenwervel had laten zien.

De voor de volgende dag geplande borstamputatie werd onmiddellijk afgeblazen. Het heeft niet zoveel zin om je borsten te laten amputeren als je toch al dood gaat.

„Nog een geluk bij een ongeluk dat ik ineens zoveel rugpijn kreeg en dat ze dit niet na de operatie pas hebben ontdekt” zei mijn moeder. De eeuwige optimist.

„Gelukkig ben ik verder kerngezond.” Ze gooide haar lange, glanzende haar nog maar eens nonchalant over haar schouder om haar woorden kracht bij te zetten.

Lees ook  Vader treft David (4) dood aan in bed, na bekijken favoriete film

„Hoe kun je zo ziek zijn en toch zulk glanzend haar hebben?” dacht ik. Maar ik zei het niet.

Tien maanden werden vijf jaar
Ze was vastbesloten de statistieken het nakijken te geven. En zoals ze alles flikte, flikte ze dit ook: want tien maanden werden vijf jaar.

Soms waren er kwetsbare gesprekken, vooral in periodes waarin een medicijn niet meer werkte en ze zich slecht voelde. Periodes waarin ze geconfronteerd werd met haar sterfelijkheid.

Er was die keer toen ze zich druk maakte om de glossy van Pink Ribbon, waarin alleen maar vrouwen stonden die borstkanker hadden ’overwonnen’.

„Alsof ik niet hard genoeg vecht” zei ze verdrietig. Maar toch, de kwetsbare momenten duurden nooit lang. Galgenhumor bleek de oplossing voor menig moment dat te zwaar had kunnen worden.

Veel mensen geloofden niet dat ze ziek was. Sommigen werden zelfs boos, zoals die keer dat ze werd uitgescholden omdat ze – zogenaamd onterecht – op een invalidenparkeerplaats stond.

Je kunt niet zo ziek zijn terwijl je er zo goed uitziet, is blijkbaar de algemeen heersende gedachte. Misschien dat dat haar juist het leven heeft gekost?

Achterbakse ziekte
Kanker is een achterbakse ziekte. Hij laat je niet merken dat hij er is. En als hij dat wel doet – door een knobbeltje, een bultje, plotseling gewichtsverlies – is het zaak dat onze artsen deze subtiele signalen niet zonder grondige check verwijzen naar het rijk der onschuldige kwaaltjes.

Lees ook  Bridget Maasland vertelt heftig familienieuws betreft broertje!

Want dan kan het zomaar gebeuren dat de kanker in volle, zwarte glorie tevoorschijn springt. Zomaar, op een willekeurige dinsdag. Hij heeft je geobserveerd. Bestudeerd.

Weet waardoor je hem tot nu toe steeds bent ontglipt. En vooral wat hij moet doen om te zorgen dat dat niet weer gebeurt. Geen arts met spijt kan daar dan nog iets aan veranderen.

Uitzaaiingen
Ineens ging het snel. Ik schrok ervan. Zij ook, denk ik. Na vijf jaar in geleende tijd te hebben geleefd krijg je een misplaatst gevoel van onsterfelijkheid.

Hoe misplaatst, merkte ik pas toen ik zag hoe snel ze af begon te vallen. Hoe geel ze werd. Uitzaaiingen in de lever en de hersenen, was het oordeel. Ik zat naast haar, die laatste uren in het ziekenhuis.

Ze werd nog heel even wakker. „Hoi mama” zei ik. Ik streek het haar van haar bezwete voorhoofd, zoals zij vroeger zo vaak bij mij had gedaan als ik koorts had.

Ze keek me aan. „Wie ben jij?” vroeg ze. Die nacht overleed mijn moeder. Ze was pas 59, en tot drie keer weggestuurd door haar arts.

Als mijn moeder vandaag nog had geleefd, dan had ze het waarschijnlijk uitgeschreeuwd: „Laat niemand je wegsturen.

Ook al vindt je arts je lastig. Vervelend. Een zeur. Dan vindt hij of zij dat maar. Want als iets het waard is om lastig over te doen, dan is het je leven wel.”

Opnieuw kat gruwelijk om het leven gebracht met vuurwerk in achterste

Genie Laurent (9) is speelbal van grillige ouders